De Hope

|

De Hope

De diamant Hope werd gekocht in India door de handelsreiziger Jean-Baptiste Tavernier, zoals blijkt uit zijn geschreven reisverhaal in 1642. De handelsreiziger schreed dat hij de steen met een gewicht van 112,25 karaat en hartvorm heeft ontdekt in de Kollur mijn. De diamant kreeg van hem de naam Tavernier Blue en de steen werd in 1669 aan Lodewijk XIV verkocht voor een bedrag van drie miljoen pond. De Zonnekoning liet de ruwe steen slijpen in een meer realistische hartvorm en het gewicht bedroeg toen 67,50 karaat of 68,80 karaat. Er werd een nieuwe naam bedacht, namelijk de Blauwe Kroondiamant. Na een diefstal van juwelen uit de nationale Garde Meuble was de diamant verdwenen. Daarna zijn er verschillende varianten op de nieuwe verschijning van de steen.

 De Hope van 44,50 karaat

Duidelijk is dat de diamant Hope uiteindelijke 44,50 karaat woog en dat deze steen een deel betrof van de oorspronkelijke diamant. In 1874 kwam er duidelijkheid over de andere diamant die van de oorspronkelijke Tavernier Blue zou zijn vervaardigd. In Genève werd namelijk op een veiling een diamant te koop aangeboden door de graaf van Brunswick. Er werd door de graaf toestemming verleend om de Hope van 44,50 karaat en de Brunswick Blue Diamond van 13,75 karaat met elkaar te vergelijken. Na de expertise bleek inderdaad dat de diamanten beiden van de steen Blauwe Kroondiamant afkomstig waren. De naam Hope is toegekend aan de diamant nadat de bankier Henry Philip Hope werd gekocht voor een bedrag van 90.000 dollar. De Hope wisselde daarna enkele keren van eigenaar om uiteindelijk in handen te komen van de juwelier Harry Winston in New York voor een bedrag van 180.000 dollar. De juwelier heeft de diamant aan het Smithsonian Institution in Washington geschonken en daar kan het juweel nog altijd worden bewonderd.

Plaats een reactie