Bekende diamanten

Bekende Diamanten

Leer meer over de bekende diamanten die in de loop der tijd zijn ontdekt. 

Benieuwd waar bekende diamanten weg komen? Wij hebben ze allemaal op een rijtje gezet.

Alle bekende diamanten:

De Agra

De diamant Agra is een roze steen en is gevonden in de regio van Golconda. De diamant kwam in handen van de keizer Baboer in 1526 nadat de radja van Gwalior door de keizer werd verslagen. In ruil voor de Agra liet de keizer de radja en zijn familie in leven. De diamant werd door de Mongoolse keizer gedragen in zijn tulband en later weggegeven aan zijn zoon Huymayun. De exacte zwaarte van de steen was niet bekend, maar werd geschat op 41,75 karaat en 46 karaat. Overigens wordt beweerd dat de Agra in 1857 Delhi heeft verlaten om in handen van de hertog van Brunswijk te komen. Er zou een jonge Britse officier geweest zijn, die de diamant uit Delhi heeft gesmokkeld. De diamant is in eerste instantie oppervlak geslepen en er waren een aantal onnauwkeurigheden op waar te nemen. De steen werd later in Engeland opnieuw geslepen tot een diamant van 32,24 karaat en beschikte over afmetingen van 21,1 bij 19,94 millimeter.

Verkoop in Londen

Na eigendom geweest te zijn van verschillende particulier eigenaren werd de Agra in 1905 geveild in Londen door het veilinghuis Christie’s. De veiling vond plaats op 22 februari en de diamant werd gekocht voor een bedrag van ongeveer 25.000 dollar. In 1909 kocht een zoon van ingenieur uit Amerika de steen op, waarna een erfgenaam de diamant in 1990 weer ter veiling aanbod via het veilinghuis Christie’s. Er werd telefonisch een bod gedaan die een recordhoogte bereikte van 6.900.000 dollar. De Agra werd voor dat bedrag op 20 juni verkocht aan de SBA Corporation in Hongkong. De steen is na de verkoop opnieuw geslepen tot een diamant van 28,15 karaat.

de agra diamant

De Centenary

De Centenary is een diamant met een uitzonderlijke kleur, gewicht en zuiverheid en is op 17 juli 1986 is gevonden in de Premier mijn in Zuid-Afrika. De ruwe steen had de afmetingen van een ei en was 599 karaat. De firma De Beers besloot zichzelf ter eren van het eeuwfeest in 1988 de diamant Centenary cadeau te geven. De ruwe steen moest geslepen worden en daarvoor werd besloten een Antwerpse slijper in te schakelen. De slijpexpert Gabi Tolkowsky kreeg de leiding en in 1986 werd er begonnen met een studie van de ruwe diamant. Het onderzoek naar de ruwe steen en het slijpproces nam een aantal jaren in beslag en leverde het resultaat op van een schitterende diamant van 273,88 karaat. Daarmee werd de steen aan het einde van de twintigste eeuw de grootste zuivere diamant van hoge kleur.

Diamant met 247 facetten

De Centenary werd een diamant met 247 facetten, waarvan 75 facetten voor de kroon en 89 voor het paviljoen. De rondist kreeg 83 facetten. Gabi Tokowsky heeft een roemrijke carrière gehad in de slijpsector in navolging van zijn oudoom Marcel Tolkowsky, die aan de basis stond van de ontwikkeling van het moderne briljantslijpsel. Dat de keuze van De Beers voor een diamantslijper op Gaby viel is dan ook niet vreemd. Door de afmetingen van zes centimeter lang bij 4,5 centimeter breed leende de ruwe diamant zich perfect voor een peerslijpsel. Er werden nieuwe gereedschappen ontwikkeld om de diamant te slijpen en deze gereedschappen beschikten over sensoren voor het meten van de warmte. De Centenary werd door de voorzitter van De Beers, Julian Ogilvie Thompson aan de pers voorgesteld in mei 1991. Toen bleek dat er per karaat een hoge verzekeringspremie was betaald van ongeveer 500.000 dollar.

de centenary diamant

De Conde

De diamant Conde is een roze steen van 90,1 karaat en is in de vorm van een peer geslepen, waar ook wel de term peerslijpsel voor wordt gebruikt. Louis II de Bourbon leefde van 1621 tot 1686 en was prins van Condé en staat bekend als de eerste eigenaar van deze diamant. De prins wordt ook wel aangeduid met de titel Grand Condé vanwege zijn verdiensten in de oorlog, waarbij de prins onder meer het Franse leger aan een overwinning heeft geholpen op het Spaanse leger tijdens de Slag bij Rocroi. De diamant Conde werd tijdens een speciale ceremonie aan Louis II de Bourbon geschonken door de koning Lodewijk XI als dank voor de bewezen diensten.

Condé museum in Chantilly

Na het overlijden van Lodewijk Hendrik Jozef in 1830, die de laatste hertog van Bourbon was, werd de roze diamant Conde aan de hertog van Aumale, Hendrik van Orléans, overgedragen. In 1886 werd het kasteel van Chantilly door de hertog van Aumale geschonken aan het Institut de France. Niet alleen het kasteel was onderdeel van het geschenk aan het Institut de France, maar ook de roze diamant Conde en de historische collectie van de hertog. In de twintigste eeuw werd de Conde op 11 oktober 1926 gestolen, maar de diamant werd wel weer gevonden op een later moment. De roze diamant maakt tegenwoordig onderdeel uit van het Condé museum van Chantilly. Het museum is ondergebracht in het kasteel van Chantilly.

de conde diamant

De Cullinan

De Cullinan is de grootste ruwe diamant die er op aarde is gevonden. De ruwe steen werd bij toeval gevonden tijdens een inspectieronde van de opzichter Frederick Wells in de Premier mijn in Zuidafrika. Deze naam aan de mijn was bedacht door Cecil Rhodes. Een arbeider van de mijn was naar de opzichter, die de bijnaam Papa Wells droeg, toegekomen tijdens zijn inspectieronde om hem te wijzen op een opvallend stuk materiaal dat uit de rotswand stak, die dieper in de mijn gelegen lag. De opzichter wist gelijk dat het een diamant moest zijn en klom langs de wand omhoog. Wells gebruikte zijn zakmes om de ruwe steen uit de wand te verwijderen en kreeg zo de grootste ruwe diamant in handen die ooit op aarde gevonden is. De Cullinan diamant woog meer dan een halve kilo met 3.106 karaat. De mijnarbeiders hadden vanwege de grootte twijfels of het wel een echte diamant betrof. De opzichter werd beloond voor de vondst met een bedrag van 2.000 pond.

Cullinan diamant

De ruwe steen was erg groot, stevig en bijna zuiver. Het gladde kloofoppervlak liet gemmologen denken dat de steen oorspronkelijk nog groter was geweest en dat het gevonden deel kleiner was dan de totale steen. De diamant kreeg de naam Cullinan, waarbij er sprake is van een verwijzing naar de eigenaar van de mijn met de naam Thomas Cullinan. De waarde werd destijds geschat op 6 miljoen gulden en dat was zeker in die tijd een bedrag dat nauwelijks bevat kon worden. De verkoop leverde dan ook problemen op, want er was niemand in staat om de Cullinan diamant van deze waarde te kopen om er vervolgens een juweel van te laten vervaardigen. Het probleem werd opgelost door de regering van Zuid-Afrika die besloot om de ruwe diamant op te kopen voor een bedrag van 1.800.000 pond. De steen werd vervolgens aangeboden aan koning Edward VII van het Verenigd Koninkrijk op 9 november 1907 ter ere van zijn 66ste verjaardag en als dank voor de autonomie, die aan de staat Transvaal eerder was toegekend. De Cullinan diamant werd als een postpakket opgestuurd terwijl een namaakexemplaar onder begeleiding in een kluis werd vervoerd, zodat de aandacht van de echte diamant werd afgeleid.

Diamantslijperij Asscher

De Cullinan diamant werd daarna overgedragen aan de Diamantslijperij Asscher, waar de steen werd gekloofd en geslepen door Josep Asscher, een vooraanstaand diamantslijper. Asscher besloot eerst een klein venster te slijpen in het oppervlak van de diamant om zo de onvolkomenheden en breuklijnen te ontdekken. De diamantslijper liep vervolgens enkele dagen met de steen in zijn zak tot op 10 februari 1968 hij het erop durfde wagen. Een kleine snede in de steen moest ervoor zorgen dat de diamant perfect gekloofd zou worden, maar er was wel een risico dat de steen zou versplinteren. De eerste slag om de diamant te kloven bracht zoveel spanning met zich mee, dat Asscher na de slag flauwviel. Het ijzeren mes brak namelijk doormidden en de diamantslijper veronderstelde de diamant verbrijzeld te hebben. Asscher kwam weer bij en besloot nog een poging te wagen, waarbij de eerste slag en de tweede slag de steen splijten. De stukken steen gingen naar de diamantslijper Henri Koe, die van een extra grote schijf gebruikmaakte om de stenen te slijpen.

Cullinan I

De grootste steen van de ruwe diamant werd geslepen in een peervorm van 530,20 karaat en beschikte over 74 facetten. Deze diamant kreeg de benaming Cullinan I en is ook nu nog altijd de grootste geslepen witte diamant van de hele wereld. De koning liet de prachtige diamant in zijn scepter verwerken. De Cullinan I is te bezichtigen in de Tower of Londen en kreeg ook een bijnaam, namelijk de Great Star of Africa ofwel de Grote Ster van Afrika. Er zijn nog acht andere diamanten vervaardigd van de ruwe Cullinan steen, die de benaming Kleinere Stenen van Afrika kregen. De Cullinan II kreeg een rechthoekige vorm met afgeronde randjes. De steen in kussenvorm had 66 facetten en woog 317,40 karaat. Ook deze diamant is tentoongesteld in de Tower van Londen. De Cullinan III woord 94,40 karaat en werd in een peervorm geslepen om daarna in de kroon van koningin Mary gezet te worden. De Cullinan IV werd net als de Cullinan II geslepen in de vorm van een kussen met een gewicht van 63,60 karaat. Deze diamant werd in een broche van een hanger verwerkt. De Cullinan V kreeg de vorm van een peer van 18,8- karaat en werd toebedeeld aan koningin Mary in een broche voor een hanger. De diamant Cullinan VI werd geslepen tot een markies met een karaat van 11,50 en als geschenk voor koningin Alexandra gekocht door de koning van Asscher. Nadien is de diamant in een hanger gezet met smaragden, dat van koning Elizabeth II van Engeland het lievelingsjuweel was. De Cullinan VII werd geslepen tot een markies van 8,80 karaat en samen met de Cullinan VIII van 6,80 karaat in een kussenvorm in een speld werd gezet. De Cullinan IX is geslepen in een peervorm van 4,39. Deze diamant werd gezet in een gegraveerde ring en geschonken aan koningin Mary. Op dit moment is de ring in het bezit van koningin Elizabeth II.

de cullinan diamant

De Ster van Este

De Ster van Este is een diamant met een gewicht van 26,16 karaat en beschikt over een uitmuntende kwaliteit. De ruwe steen is geslepen tot een diamant in een kussenvorm en is lange tijd eigendom geweest van de Italiaanse familie Este de Ferrare e de Modène. Daar komt de toekenning van de naam Ster van Este ook vandaan. De Lombardische prinsen van de Italiaanse familie zijn lange tijd aan de macht geweest tot het moment van de Oostenrijkse nederlaag in 1859 tegen de Fransen. Piémont zorgde voor de annexatie van het hertogdom van Lombardije, maar de Ster van Este bleef wel in de familie en werd het eigendom van aartshertog Francois Ferdinand van Habsburg. Deze aartshertog werd vermoord in Sarajevo op 28 juni 1914.

Verkoop van de Ster van Este

Na de moord op de aartshertog is de steen in het jaar 1916 in handen gekomen van zijn neef, Karel I van Habsburg. Dit was de laatste keizer van Oostenrijk en is in 1919 in ballingschap uitgeweken naar het eiland Madeira. Het vermoeden bestaat dat de steen door Karel I van Habsburg werd verkocht, zodat de man in zijn levensonderhoud kon voorzien. De man is in armoede gestorven in het jaar 1922. De diamant dook daarna pas weer op in San Sebastian in 1950. De Ster van Este werd toen in opdracht van koning Farouk van Egypte gekocht door makelaars, maar sindsdien is er geen spoor meer gevonden van deze diamant in kussenvorm met afgeronde hoeken.

Engelse Dresden diamant

De Engelse Dresden diamant is vernoemd naar de diamantair Edward Z. Dresden uit Londen, die de Engelse Dresden diamant gekocht heeft in Rio de Janeiro in 1857. De Dresden diamant van 119,50 karaat is in Brazilië gevonden en afkomstig uit de mijn van Bagagem in Minas Gerais. Opvallend is dat de diamant een zuivere witte kleur heeft, want over het algemeen kennen de Braziliaanse edelstenen een lichte tint en zijn de stenen veel kleiner. De grote diamant staat ook wel bekend als de Star of Dresden Diamond en behoort tot de drie grootste stenen die er in de diamantmijnen van Minas Gerais is gevonden. De steen werd geslepen in een peervorm van 76,50 karaat.

Verkoop van de diamant

De diamantair ging op zoek naar een koper voor de Engelse Dresden diamant en benaderde daarvoor vermogende families in Europa, maar ondanks de buitengewone kwaliteit van de diamant werd er vooralsnog geen koper gevonden. De diamantair kwam echter in contact met een Indiër, die door een Engelse koopman werd begeleid. Het verhaal gaat dat deze Indiër in 1863 speciaal naar Londen is gekomen om de diamant te kopen om zijn liefdesverdriet te laten verdwijnen door de steen aan zijn geliefde te schenken. De vraagprijs was op dat moment echter te hoog, zodat de Indiër de prachtige diamant niet kon kopen. De Engelse koopman was dusdanig onder de indruk dat hij de wens uitte om de Engelse Dresden diamant ooit zelf te kopen als hij genoeg geld zou bezitten. Op wonderbaarlijke wijze bleek zijn financiële situatie binnen een jaar sterk te verbeteren doordat de katoenprijzen gigantisch stegen. De Engelse koopman nam daarop weer contact op met de diamantair in Londen om de diamant te kopen, waarbij werd overeengekomen dat een tussenpersoon werd ingeschakeld om de aankoop af te ronden. Over deze tussenpersoon gaat nog een verhaal de ronde dat de legende van de diamant een interessant aspect meegeeft. De tussenpersoon deelde namelijk mee aan de diamantair dat de Engelse koopman 32.000 Britse ponden wilde betalen, maar aan de Engelse koopman werd gemeld dat er 40.000 Britse ponden voor betaald werd. De tussenpersoon heeft dus 8.000 pond verdiend aan de transactie zonder dat de verkoper en koper daarvan op de hoogte waren.

In andere handen

De Engelse koopman was niet in staat om lang van het eigendom van de Engelse Dresden diamant te genieten. De katoenprijzen op de wereldmarkt daalden en hij zag zich genoodzaakt de Star of Dresden Diamond te verkopen. De steen werd verkocht aan de Gaekwar van Baroda, Khande Rao, die eerder al een andere prachtige diamant met de naam de Ster van het Zuiden wist te bemachtigen. De Engelse Dresden diamant werd samen met de Ster van het Zuiden op een halsketting gemonteerd in 1880. In 1948 werden er meer diamanten toegevoegd aan de ketting en in die periode werd de Maharani van Baroda Sita Devi op de foto vastgelegd met het dragen van de halsketting tijdens een verjaardagsfeest van haar echtgenoot.

de dreden diamant

De Ster van Sierra Leone

De Ster van Sierra Leone is in februari 1972 ontdekt in de mijn van Diminco in Yengema. Ingenieur Willams was verantwoordelijk voor de ertswasserij en samen met de veiligheidsagent Adams werden zij met de opvallende diamant geconfronteerd. Het betrof namelijk de derde grootste diamant van de hele wereld en de steen had een gewicht van 968,90 karaat. De vorm en afmetingen hadden overeenkomsten met een kippenei. De diamant kende verschillende insluitsels met een lichte plaatselijke kleuring. De Ster van Sierra Leone is gedurende een lange periode te bezichtigen geweest in het museum van Freetown in de hoofdstad van Sierra Leone. De steen was voor de verkoop bestemd via de Central Selling Organisation in Londen, maar de hoogte van de vraagprijs was onbekend. Er was wel een verkoopwaarde aangekoppeld, want de potentiële kopers moesten bewijzen over een miljoen pond sterling te kunnen beschikken. Diverse aanbiedingen bleken uiteindelijk toch niet tot een definitieve aanschaf te leiden.

Uit de handel

De Ster van Sierra Leone werd enige tijd uit de handel genomen, omdat een definitieve verkoop geen kans van slagen leek te hebben. In oktober 1992 liet de president van Sierra Leone dat de diamant verkocht was en wel aan de juwelier Harry Winston uit Amerika. De verkoopprijs is niet bekendgemaakt, maar het vermoeden bestaat dat er ettelijke miljoenen dollars meegepaard gingen. De juwelier die de Ster van Sierra Leone in zijn bezit heeft de diamant vervolgens verwerkt tot verschillende slijpsels, zoals in drie smaragdslijpsels van 143,20 karaat, 23 karaat en 30,15 karaat. Daarnaast werden er nog vijf peerslijpels van vervaardigd en drie kleinere markiezen.

de ster van sierra leone

De Ster van het Zuiden

De Ster van het Zuiden is ontdekt in de Bagagem mijn in Brazilië in juli 1853 door een slavin die op dat moment bezig was het erts te wassen. De ruwe steen had een gewicht van 261,88 karaat en is de grootste diamant die ooit in het land is gevonden. De slavin die de steen had ontdekt, kon zich met de beloning voor de vondst een weg naar de vrijheid veroorloven en ging direct met pensioen. Het was eerst de bedoeling om de ruwe diamant te slijpen in de vorm van de Sancy, zodat de schittering en driekwart van het gewicht behouden bleven. De steen werd echter op den duur tot een briljant met kussenvorm geslepen met een gewicht van 128,80 karaat. Dat gebeurde in Amsterdam door het slijpatelier Coster.

Vorm van de Ster van het Zuiden

Het heeft meer dan twee maanden tijd gekost om de Ster van het Zuiden in de gewenste vorm te slijpen met afmetingen van 35 bij 29 mm. De diamant heeft lichte roze weerspiegelingen, maar de witte kleur is overheersend. De kussenvorm van de Ster van het Zuiden komt tot uitdrukking in acht vlakken die elk een schuine en stompe kant hebben. De striemen op de steen zorgen ervoor dat de diamant aan helderheid verliest en licht doorlaat op een wijze zoals dat ook het geval is met gepolijst glas. De Ster van het Zuiden is als diamant aan het publiek getoond in 1862 tijdens een tentoonstelling in Londen. De diamant is gekocht voor een bedrag van 4 miljoen Franse frank door een Indische radja. De steen zou tegenwoordig eigendom zijn van Rustomjee-Gamstetjee en zich in Bombay bevinden.

de ster van het zuiden diamant

De Eugenie of Empress Eugenie

De Eugenie of Empress Eugenie is een diamant, die tot een ovale briljant geslepen is en een gewicht heeft van 51 karaat. De herkomst van de steen is onbekend, maar er is een Franse bron die heeft gemeld dat er sprake is van een Indische oorsprong. Een Amerikaanse bron heeft echter laten weten dat er weer sprake zou zijn van een herkomst uit Brazilië. Welk verhaal klopt is niet na te gaan, maar wel is duidelijk dat de Eugenie of Empresse Eugenie voor het eerst is opgedoken in Rusland in het jaar 1760. Keizerin Catherina II van Rusland was in 1762 de eigenaresse van de ovale briljant die in een diadeem gezet was en haar naam kreeg. In 1787 werd de diamant geschonken aan haar minnaar met de naam Grigoro Alexandrovitch Potemkim.

Naam Eugenie

De diamant Eugenie of Empress Eugenie heeft pas later de huidige naam gekregen. Nadat de minnaar van de tsarina de steen aan zijn nicht, gravin Branitsky naliet, werd de diamant in 1853 door haar dochter weer verkocht aan keizer Napoleon III. De keizer was verliefd op de gravin Eugenie van Montijo en de diamant werd als liefdesgeschenk aan haar gegeven voor de verloving, waarbij de diamant in een halsketting werd gezet. De diamant kreeg vanaf dat moment de naam Eugenie of Empresse Eugenie toegekend. Nadat er een einde kwam aan het imperium zag Eugenie zich genoodzaakt om al jaar juwelen te verkopen. De verkoop vond plaats via het veilinghuis Christie’s in Londen. De diamant werd voor een bedrag van 15.000 pond sterling verkocht aan de Mulhar Rao, de gaikowar van Baroda. Daarna is nog bekend dat madame N.J. Dady van Bombay de diamant in het bezit heeft gekregen na overname van het nageslacht van Mulhar Rao, maar waar de diamant Eugenie of Empress Eugenie zich nu bevindt is onbekend.

Eugenie of Empress Eugenie

De Eureka

De Eureka is een diamant die in Zuid-Afrika door een kind is gevonden aan de over van de Oranje rivier. Daar was Erasmus Jacbos met zijn zusje aan het spelen, toen zijn oog viel op een mooie steen. De steen werd mee naar huis genomen om mee te spelen. Boer Schalk van Niekerk was de buurman van de kinderen en zag ze met de steen spelen. Daarop vroeg de buurman aan de moeder van de kinderen of hij de steen kon kopen. De moeder dacht dat het een gewone steen betrof en weigerde met een lach het geld, maar schonk de steen aan hem. Later bleek echter dat de steen geen gewone steen was, maar de eerste diamant die er in Zuid-Afrika is gevonden. De buurman gaf de steen aan de handelsreiziger John O’ Reilly om deze in vertrouwen te laten onderzoeken. De handelsreiziger besloot echter om de steen zelf te houden.

Geschatte waarde: 800 pond

De handelsreiziger liet de diamant Eureka zien aan de hoofdcommissaris van de plaats Colesburg en ging daarna naar Grahamstown om de steen aan de geoloog W. Guybon Artherstone te laten zien. Hij schatte vervolgens de waarde van de steen op 800 pond en daarop werd de diamant voor deze prijs verkocht aan de gouverneur van Griqualand van de Kaapprovincie. De ruwe diamant woog 21,25 karaat en werd in Londen tentoongesteld in 1867. Vervolgens werd de ruwe steen geslepen tot een briljant met een gewicht van 10,73 karaat en in ring geplaatst. De ring met diamant werd in 1899 tijdens een internationale tentoonstelling in Parijs aan het publiek getoond. De Beers kocht de diamant in 1967 van Peter Locan, die op dat moment de eigenaar was. Haryy Oppenheimer van De Beers schonk de Eureka aan de bevolking in Zuid-Afrika, alwaar de diamant in het parlement in Capetown getoond werd. Tegenwoordig is de Eureka een onderdeel van een museumcollectie in Kimberley in het Open Mine Museum.

de eureka diamant

De Florentijner

De diamant Florentijner is van Indische oorsprong en heeft een gewicht van 137,27 karaat. Overigens is de diamant onder meerdere namen bekend, want de steen kreeg ook de namen Oostenrijker en Groothertog van Toscanië toebedeeld. De diamant heeft een citroengele kleur en is geslepen in de vorm van een roos met 126 facetten en beschikt over negen zijden, die daardoor een ster vormen. De steen zou geslepen zijn door Lodewijk van Berckem in opdracht van de hertog van Bourgondië. In 1477 werd de diamant Florentijner gedragen door Karel de Stoute tijdens een gevecht in de omgeving van Nancy. Karel de Stoute kwam daarbij om en de steen werd gevonden door een man uit Zwitserland die eerst nog dacht met een stuk glas van doen te hebben. De steen werd door hem aan een priester verkocht voor slechts 1 florijn, die de diamant weer doorverkocht voor 3 florijn aan een inwoner van Bern.

5.000 florijn

De inwoner van Bern had het vermoeden dat de Florentijner veel meer waard was dan de 3 florijn die hij ervoor had betaald. Hij liet de steen dan ook vervolgens kopen door de bankier May die er 5.000 florijn voor betaalde. Deze maakte op zijn beurt weer winst door de Florentijner te verkopen aan familie van Ludovico Moro Sforza in Genua voor een bedrag van 20.000 frank. Vervolgens werd de steen wederom doorverkocht aan een bankier in Nürnberg. Uiteindelijk kwam de diamant terecht bij paus Julius II of Sixtus IV, die de steen in zijn tiara liet plaatsen en er 20.000 dukaten voor heeft betaald. De dukaten zouden daarbij volgens de verhalen afkomstig zijn uit de schatkist van Milaan. Groothertog van Toscanië was de volgende eigenaar van de stee in het jaar 1665 en een eerste beschrijving van de diamant volgde in 1657. In 1737 kwam de diamant in de schatkist terecht na het huwelijk van keizerin Maria Therresia van Oostenrijk met Frans van Lorraine. De waarde werd later vastgesteld op 750.000 dollar toen de diamant in een kroon van de Habshurgers was gezet. Het spoor van de diamant is bijster geraakt nadat keizer Karel I de Florentijner had meegenomen naar Zwitserland tijdens zijn vlucht na de val van het imperium.

de florentijner diamant

De Grote Mogol

Jean-Baptiste Tavenier is degene die gemeld heeft dat de Grote Mogol gevonden is in India in het jaar 1550 in de mijn van Gani bij Golconda. Tavenier kreeg als eerste toegang om de keizerlijke bezittingen van de Mogolse keizers te aanschouwen, waarvan de waarde in die tijd al geschat werd op een bedrag van ruim 160 miljoen gouden franc. De diamant Grote Mogol had ongeslepen een gewicht van 787,50 karaat en de steen werd aan de sjah Jahan geschonken in 1650. De sjah is bekend als bouwer van het Taj Mahal. Diens zoon, Aurangzeb, liet de steen zien aan Tavenier en op dat moment had de diamant nog maar een gewicht van 280 karaat.

Verlies dan meer dan 500 karaat

De Grote Mogol leek op een roos, waarvan de ene kant hoger was dan de andere kant. Aurangzeb liet de steen in Venetië slijpen door Hortensio Borgis. De steen moest verkleind worden doordat er gletsen optraden als gevolg van interne spanningen. Dat in combinatie met de gemaakte slijpfouten had ervoor gezorgd dat de diamant veel gewicht had verloren. De keizer was woedend en betaalde de slijper niet voor zijn werkzaamheden. In plaats daarvan kreeg de slijper zweepslagen en een boete opgelegd en de steen ging naar de opvolger van de keizer. Sjah Nadir was op dat moment de Perzische koning en profiteerde van de destijds heersende onrust en in 1739 eigende hij zich na de val van Delhi de schatten van het imperium toe. Daartoe behoorde de Grote Mogol en de bekende diamant Koh-i-Noor. Het spoor van de diamant is verloren gegaan naar het overlijden van de sjah in 1747. Het vermoeden bestaat dat de steen een andere naam heeft gekregen en opnieuw is geslepen om zo onherkenbaar te worden gemaakt. Als dat zo is, dan betreft het de diamant Orlov met een gewicht van 193 en heeft de steen overeenkomstige vormen met die van de Grote Mogol.

de orlov diamant

De Golden Jubilee

De diamant Golden Jubilee heeft een bruine kleur en staat ook bekend als de steen Bruine Zonder Naam. De steen werd ontdekt in de Premier mijn in Zuid-Afrika in de periode dat ook de Centenary is gevonden. De ruwe diamant had een gewicht van 755,50 karaat en werd geslepen door Gabi Tolkowsky, een bekende slijper uit Antwerpen, tot een diamant van 700 karaat. Het slijpen van de ruwe steen was een kunst op zich, want de diamant vertoonde tal van inwendige spanningen, insluitsels en scheuren. Desondanks lukt het de slijper uit Antwerpen om een prachtig juweel te creëren en dat was mede mogelijk door het toepassen van de nieuwste slijptechnieken. Overigens deed de slijper voor het echte slijpen begon ruim een jaar onderzoek naar de Golden Jubliee.

Diamant van 545,67 karaat

Nadat de diamant gebriljanteerd was tot een steen van 700 karaat werd de Golden Jubilee verder geslepen in een kussenvorm in een schitterende goudbruinachtige kleur. De diamant met een gewicht van 545,67 karaat bestond uiteindelijk uit een steen met 148 facetten. De kroon beschikte over 55 facetten, het paviljoen over 69 en de rondist was voorzien van 24 facetten. In 1995 is de Golden Jubilee, die toebehoorde aan De Beers, gepresenteerd in Thailand. De diamant is daarna in het bezit van de Thaise koninklijke familie gekomen, waarna de naam Golden Jubilee ter ere van de vijftigste jaardag van de koninklijke troonsbestijging werd toegekend. Tegenwoordig is het mogelijk om de Golden Jubliee te bezichtigen in het jewellery Trade Center in Bangkok. Overigens is de Golden Jubilee op dit ogenblik de grootste geslepen diamant van de hele wereld en laat daarmee de Cullinan II met een gewicht van 530,20 karaat achter zich.

De Hope

De diamant Hope werd gekocht in India door de handelsreiziger Jean-Baptiste Tavernier, zoals blijkt uit zijn geschreven reisverhaal in 1642. De handelsreiziger schreed dat hij de steen met een gewicht van 112,25 karaat en hartvorm heeft ontdekt in de Kollur mijn. De diamant kreeg van hem de naam Tavernier Blue en de steen werd in 1669 aan Lodewijk XIV verkocht voor een bedrag van drie miljoen pond. De Zonnekoning liet de ruwe steen slijpen in een meer realistische hartvorm en het gewicht bedroeg toen 67,50 karaat of 68,80 karaat. Er werd een nieuwe naam bedacht, namelijk de Blauwe Kroondiamant. Na een diefstal van juwelen uit de nationale Garde Meuble was de diamant verdwenen. Daarna zijn er verschillende varianten op de nieuwe verschijning van de steen.

 De Hope van 44,50 karaat

Duidelijk is dat de diamant Hope uiteindelijke 44,50 karaat woog en dat deze steen een deel betrof van de oorspronkelijke diamant. In 1874 kwam er duidelijkheid over de andere diamant die van de oorspronkelijke Tavernier Blue zou zijn vervaardigd. In Genève werd namelijk op een veiling een diamant te koop aangeboden door de graaf van Brunswick. Er werd door de graaf toestemming verleend om de Hope van 44,50 karaat en de Brunswick Blue Diamond van 13,75 karaat met elkaar te vergelijken. Na de expertise bleek inderdaad dat de diamanten beiden van de steen Blauwe Kroondiamant afkomstig waren. De naam Hope is toegekend aan de diamant nadat de bankier Henry Philip Hope werd gekocht voor een bedrag van 90.000 dollar. De Hope wisselde daarna enkele keren van eigenaar om uiteindelijk in handen te komen van de juwelier Harry Winston in New York voor een bedrag van 180.000 dollar. De juwelier heeft de diamant aan het Smithsonian Institution in Washington geschonken en daar kan het juweel nog altijd worden bewonderd.

De Jubileum

De diamant Jubileum woog als ruwe steen 650,80 karaat op het moment dat deze gevonden werd in de mijn Jagersfontein in Zuid-Afrika. Dat was in 1895. De eerste naam die werd toegekend aan de diamant was Reitz, naar de president van de toenmalige Oranje Vrijstaat. Na twee jaar werd de ruwe diamant geslepen en kreeg de steen de naam Jubileum ter ere van het jubileum van koningin Victoria die in het jaar van het slijpen van de steen werd gevierd.

Geslepen tot briljant

De ruwe steen werd geslepen tot briljant in een kussenvorm en kreeg een gewicht van 245,35 karaat. De kleur is wit en de diamant beschikt over een uitzonderlijke perfectie. Ook werd er van de ruwe diamant een peerslijpsel gemaakt van 13,43 karaat. De Jubileum werd tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1990 gepresenteerd. Een groot industrieel, Sir Dorab Tata kreeg de diamant in zijn bezit tot aan zijn overlijden. Daarna hebben zijn erfgenamen de diamant verkocht in 1939 via Cartier en de diamant is daarmee in het bezit gekomen van Paul-Louis Weiller.

 

De Nizam

De diamant Nizam is afkomstig uit Golconda. In dit koninkrijk in Hindoestan werd destijds een grote hoeveelheid diamanten verzameld door de sultans. Er waren zoveel diamanten verzameld dat het exacte aantal niet eens bekend is. De diamant Nizam heeft als ruwe steen een gewicht gehad van 330 tot 440 karaat. Na het slijpen van de steen is er een diamant overgebleven met een gewicht van 277 karaat. De steen is in de vorm van een peervormige briolet geslepen. De diamant werd een waarde toegekend van 5 miljoen frank.

Osman Ali Kahn Bahadur

Osman Ali Kahn Bahadur zou de laatste eigenaar zijn geweest van de Nizam en was de man zelf was de zeven nizam van Hyderabad. Er zijn bronnen die vermelden dat de diamant verbrijzeld is geraakt in 1857 als gevolg van een plaatselijke opstand. Er zijn verder een aantal deskundigen de mening toegedaan dat de facetten van de diamant niet vlak maar hol zijn geweest. In dat opzicht is er sprake van een steen die op een verticale steen zou zijn geslepen, wat normaal gesproken gedaan werd als er gekleurde stenen geslepen werden.

Het Oog van Sjiva van Nassak

Het Oog van Sjiva van Nassak is een diamant die ook wel onder de naam Nasik bekend staat en is tot een smaragdslijpsel vervaardigd met een gewicht van 43,38 karaat. De steen heeft een witte kleur en bijzondere zuiverheid. De diamant is gemaakt van een driehoekig slijpsel van een gewicht van 90 karaat. Er werd tijdens het slijpen in India getracht om het gewicht zo veel mogelijk te bewaren. Een prins uit India is de eerste eigenaar geweest van het Oog van Sjiva van Nassak. De prins liet de diamant in een beeld van Sjiva verwerken. Sjiva is een van de belangrijkste goden van India en symboliseert zowel het eeuwig leven als verwoesting. De Britten plunderden de tempels om de oorlog te kunnen financieren en tijdens een van de plunderingen werd het Oog van Sjiva van Nassak buitgemaakt.

Waarde van 30.000 pond

De diamant werd naar Londen gezonden door de markies van Hastings die zich de steen had toegeëigend. Daar werd de waarde op 30.000 pond vastgesteld. De diamant werd opnieuw geslepen tot een steen van 80,59 karaat. In 1831 werd de Nasik verkocht op een veiling voor een bedrag van 7.200 pond sterling. Nog weer later kreeg de hertog van Westminster de diamant in het bezit nadat deze op een veiling was aangeboden. De hertog liet de diamant in zijn paradesabel plaatsen. Het Oog van Sjiva van Nassak werd in 1927 tentoongesteld door de juwelier Georges Mauboussin in de Verenigde Staten nadat de steen van de vorige eigenaar was overgenomen. Vervolgens kreeg Harry Winston de diamant in het bezit en werd de steen weer geslepen tot een diamant met een gewicht van 43,38 karaat. De steen werd weer verkocht aan de juwelier Trabert & Hoeffer in New York die de diamant in 1944 weer verkocht aan mevrouw William B. Leeds. De diamant werd in een ring gezet tussen twee andere diamanten.

de nassak diamant

Bibliotheek-ei van Argyle

Het Bibliotheek-ei van Argyle is een kunstobject met een hoogte van zeventig centimeter en bestaat uit een combinatie van goud en diamanten. Er is maar liefst vijftien kilo goud van 18 karaat in verwerkt en aangevuld met roze diamanten. De juwelier en kunstenaar Kutchinsky heeft het kunstobject in samenwerking met een team van juweliers ontworpen. Mede dankzij het Australische Argyle werd het mogelijk gemaakt om in het ei een portrettengalerij en een miniatuurbibliotheek te creëren.

Elektromechanisch wonder

Het Bibliotheek-ei van Argyle is meer dan een kunstwerk van goud en diamanten alleen. Het is namelijk tegelijk ook een elektromechanisch wonder. Het Biblitoheek-ei van Argyle bevat meer dan 20.000 diamanten die in verschillende vormen zijn vervaardigd, zoals in briljanten en peerslijpsels. De kleur van de diamanten verschilt van diep rose tot helder wit. De bibliotheek wordt onthuld als het elektronisch gangwerk wordt geactiveerd, waarna ook de portrettengalerij te zien is. Als de bibliotheek en de portrettengalerij zijn gezien, dan sluit de carrousel automatisch weer de toegang.

Argyle Library Egg

De Orlov 

De diamant Orlov leidt terug naar de zeventiende eeuw, waar een grenadier van het Franse Bataljon in India zijn regiment verliet om op zoek te gaan naar fortuin. Hij ontdekt twee diamanten op een beeld van een godheid in de stad Sriranga, waarna hij ineens vroom werd en zich in een sekte liet opnemen. Hem werd door zijn opstelling volledig vertrouwen gegeven en wel zoveel dat hij erop een dag in slaagde om de grootste diamant te stelen. Deze diamant had de naam Zon van de Zee en een gewicht van 194,75 karaat. De gedeserteerde grenadier nam de diamant mee naar Madras alwaar een scheepskapitein een bedrag van 10.000 dollar voor de steen neertelde.

Prins Grigori Grigorievitch Orlov

De diamant werd in Londen gekocht door een Perzische handelaar die de diamant wilde doorverkopen. In Londen waren er geen kopers beschikbaar en daarop toog de handelaar naar Amsterdam. Een ontmoeting met prins Grigori Grigorievitch Orlov nam de steen van de handelaar over voor een bedrag van 450.000 dollar. De prins had op dat moment nauw contact met de Russische tsaar Catharina II in verband met een gesmeed complot waardoor de tsaar Pierre II was gearresteerd. De prins viel in ongenade bij de tsaar Catherina II na een aantal avontuurtjes en uitspattingen op liefdesgebied en met de diamant wilde de prins opnieuw het hart veroveren. Helaas voor de prins viel de keizerin niet voor zijn charmes, maar werd het geschenk wel door haar aanvaard. De diamant Orlov werd in de scepter geplaatst onder de keizerlijke arend. De diamant Orlov is tegenwoordig te vinden in Moskou in het Kremlin museum.

De Pasja van Egypte

De diamant Pasja van Egypte is afkomstig uit India en is geslepen tot een steen met een gewicht van 40 karaat in de vorm van een gebriljanteerde achthoek. De diamant beschikt over een uitzonderlijke kwaliteit. Ibrahim was de pasja van Egypte en kocht de bijzondere diamant voor een bedrag van 28.000 pond sterling en met deze aankoop had Ibrahim zijn collectie uitgebreid met een van de mooiste stenen. Prins Ismail was de zoon van Ibrahim en verkreeg de Pasje van Egypte vanuit de erfenis nadat zijn vader overleed in het jaar dat de diamant was gekocht. Prins Ismail raakte in 1879 noodgedwongen op de vlucht en ging in Constantinopel wonen en bleef daar tot aan zijn dood in 1895. Er zijn bronnen die vermelden dat Prins Ismail met zijn vlucht ook de diamant zou hebben meegenomen en verkocht zou hebben aan een handelaar uit Engeland. Andere bronnen vermelden weer dat de Pasja van Egypte nog altijd in Egypte aanwezig is.

de pasha van egypte

De Regent

De diamant Regent wordt ook wel Pitt diamond genoemd en is een van de meest beroemde stenen in de diamantgeschiedenis. De diamant werd gevonden langs de rivier Krishna in de mijn van Parkhal in het jaar 1701. De steen zou gevonden zijn door een slaaf die de diamant in een verband verstopte en aan een zeeman verkocht om zich vrij te kunnen kopen. De zeeman heeft de slaaf vermoord en verkocht de steen aan de uit India afkomstige handelaar Jaurchund. Er is echter ook een andere versie van het verhaal, waarbij de Regent aan het begin van de achttiende eeuw aan de gouverneur van de forten Saint George en Saint David in Madras zou zijn verkocht. De gouverneur droeg de naam Thomas Pitt en vandaar dat de Regent ook wel de Pitt diamond wordt genoemd. De diamant werd verkocht voor de prijs van 312.500 Franse francs en werd door Pitt naar Engeland gezonden om daar geslepen te worden. De diamant werd geslepen in een kussenvorm en kreeg een gewicht van 140,50 karaat. De afmetingen van de diamant zijn 32 mm bij 30 mm en tegenwoordig is de Regent in het Louvre in Parijs te bezichtigen.

De Koh-i-Noor

De betekenis van de diamant Koh-i-Noor luidt ‘Berg van licht’ en het oorspronkelijk gewicht bedroeg 186 karaat. Deze steen behoort tot de categorie van de oudste gevonden beroemde diamanten. De vindplaats is onduidelijk, want er wordt gesproken over een locatie in de streek van Ganes en over de oever van de rivier Krishna of Godvari. Het vermoeden bestaat dat de Koh-i-Noor is gevonden in 1304 aan de oever van de rivier Godvari door een boer. De steen werd beroemd in India en de radja van Malwa heeft zich de diamant toegeëigend toen er een invasie plaatsvond in Golconda. De keizer van Delhi onttroonde de radja en nam op zijn beurt de steen mee, maar deze delfde weer het onderspit na de overmeestering in 1525 door de Mogolse Baboer, die de diamant als geschenk kreeg omdat het land niet geplunderd werd.

Berg van licht

De diamant kwam in handen van de Mogolse keizer, maar in 1732 kwam de Perzische generaal Nadir aan die zichzelf tot sjah uitriep en in India de troon opeiste. De Mogolse keizer droeg de diamant in zijn tulband en verloor de strijd. Sjah Nadir inviteerde de keizer en stelde tijdens een banket op een huwelijk voor om van tulbanden te ruilen. Sjah Nadir ontdekt de diamant nadat hij de tulband losmaakte en riep daarbij uit ‘Berg van licht’ ofwel Koh-i-Noor en zo is de steen aan de naam gekomen. De diamant is vervolgens in handen van verschillende tirannen terechtgekomen om in 1850 India te verlaten. De steen kwam in Londen terecht en werd in 1851 in het Crystal Palace tentoongesteld. De steen werd later herslepen in opdracht van koningin Vicotria tot een ovaal van 109,93 karaat. De diamant kwam daarna weer in handen van koning Alxendra die de steen in de kroon liet zetten. Koningin Elizabeth droeg de steen in haar kroon vanaf 1937 en tegenwoordig is de Koh-i-Noor te vinden in de Tower van Londen, waar ook zich ook andere kroonjuwelen bevinden

Contactgegevens stopheling goud

030 2901510
info@goudinkooputrecht.nl

Goud Inkoop Utrecht
Rubenslaan 67-E
3582JD Utrecht

Openingstijden: Ma t/m Vr 11:00 - 17:00 uur
Eenvoudig te bereiken op slechts 10 minuten vanaf de ring A12 en volop parkeer ruimte voor de deur. Vlakbij stadion Galgenwaard.